Aan haar lot overgelaten.

mans-hand-is-trying-to-reach-the-sun-picjumbo-com

Het is donderdagavond als ik op het centraal station sta en op mijn trein wacht. Volgens het informatiebord moet ik nog zeker 20 minuten wachten tot de trein er is. Mijn maag knort en ik bedenkt me dat ik voor het laats gegeten heb toen ik vanmiddag uit huis vertrok. Als ik niet snel iets eet word ik chagrijnig. In mijn ooghoek zie ik een patatkraam staan en ik twijfel geen moment: Ik haal een patatje oorlog.

Ik zet mijn tas op de grond en zoek op de bodem naar wat kleingeld waar ik vanaf wil. Verloren in mijn speurtocht naar de munten in mijn tas, hoor ik iemand ‘hallo’ zeggen. Ik kijk op en zie het gezicht van een meisje van mijn leeftijd. Haar donkere lange haren vallen langs haar licht getinte gezicht en haar grote bruine ogen kijken mij vriendelijk aan. ‘Hoi’ zeg ik zachtjes terug. In mijn stem klinkt verbazing dat ik haar hier tegenkom en dat zij mij nog herkent..

Ik heb Myriam namelijk 6 maanden geleden voor het laatst gezien. Dit was tijdens mijn werk, toen ik als invaller een aantal diensten overnam op de vrouwenopvang. Hier was Myriam, samen met nog 25 andere vrouwen (waaronder ook kinderen) voorzien van een veilig onderkomen. Op de vrouwenopvang leerde ik Myriam kennen als een angstige jonge vrouw van 24 jaar. Ze was bij ons ‘ondergedoken’ omdat zij bang was voor eerwraak van haar ex-man.

Myriam’s verhaal was bijzonder. Toen zij mij op de opvang een aantal maanden geleden vertelde wat haar was overkomen voelde ik in mijn hart oprecht verdriet. Verdriet wat zich zich tegelijkertijd afwisselde met pure woede over wat haar was aangedaan. Ja, Myriam’s verhaal raakte mij en is mij altijd bijgebleven.

Terwijl ik haar in haar gezicht aankijk en wil vragen hoe het met haar gaat, knikt zij en vertelt ze dat het goed met haar gaat. Ze wijst naar het plastic H&M tasje in haar hand en lacht dat ze wat nieuwe kleren heeft gekocht. Ik merk dat haar Nederlands flink verbeterd is en complimenteer haar hiermee. Weer lacht ze.

Wat heb ik die lach lang niet gezien denk ik. De keren dat ik haar zag op de vrouwenopvang was zij depressief en mocht zij niet naar buiten. Myriam viel namelijk onder code rood. Dit hield in dat haar dreigingsniveau zó hoog was, dat zij onder geen enkele voorwaarde naar buiten mocht. Niet alleen en ook niet onder begeleiding.

Myriam was namelijk door haar ouders vanuit Marokko uitgehuwelijkt aan haar huidige ex-man, die 20 jaar ouder was. Toen zij zonder familie in Nederland aankwam leek alles koek en ei. Echter begon hij zich een aantal weken na de bruiloft anders naar Myriam te gedragen. Hij sloeg haar en vernederde haar voor zijn familie. Of zij seksueel misbruikt is heeft ze nooit willen vertellen. Ik vermoed daarom helaas van wel.

Op een willekeurige dag nam haar ex-man haar mee naar een winkelcentrum waar zij de weg niet wist. Hij vertelde haar dat hij even terug liep naar de auto omdat hij iets vergeten was. Myriam moest op dezelfde plek op hem blijven wachten. Die dag is hij nooit meer voor haar teruggekomen.

Alleen in een vreemd land waar zij de taal niet machtig is, werd zij letterlijk aan haar lot overgelaten. Die avond heeft de politie haar naar de crisisopvang gebracht waar zij door ons werd opgevangen. Tijdens haar verblijf kreeg zij regelmatig sms’jes van haar ex-man waarin hij haar dreigde te vermoorden als hij erachter kwam waar zij zich bevond. Daarbij was haar familie in Marokko boos op haar en werd het haar verweten dat zij door haar man verstoten was en geen maagd meer was. Haar vader heeft het haar verboden om ooit nog in zijn huis terug te keren en haar moeder en zusjes sprak zij enkel nog stiekem op Facebook.

Ik herinner mij de pijn en het verdriet in haar ogen toen ik haar voor het laatst sprak. Net zoals de zorgen die zij had omdat zij niet langer welkom was bij haar familie in Marokko en illegaal in Nederland was doordat zij nog geen paspoort had.

Ik kijk Myriam nogmaals goed aan en zie haar opgewekte bruine ogen. ‘Ik zie dat je straalt Myriam’. Ze geeft mij een knuffel en zegt dat haar scheiding rond is en ze waarschijnlijk ook in Nederland mag blijven. Ik pak haar hand en zeg haar hoe blij ik voor haar ben.

Als we afscheid van elkaar nemen kijk ik haar na. Bij elke stap die zij zet danst haar lange haar op haar rug. Vol zelfvertrouwen loopt zij het station uit. Als ik haar niet meer zie loop ik door, bestel mijn patatje en stap in mijn trein.
Ik ruik de geur van mijn patatje oorlog en glimlach.

Myriam is nu gelukkig.
En ik ook.

(Wegens privacy is de naam Myriam een fictieve naam)

With Love, Amanda

You may also like

1 comment

Geef een reactie